1. Voor een degelijk dijkenbeleid langs Schelde en Rupel en tegen de bouw van een stormstuw.

De steenbakkerijen sloten en het water kwam binnen. Het water stond letterlijk en figuurlijk aan de lippen van de bewoners. Met de steenbakkerijen verdween een regelmaat. De regelmaat van klei, stenen, bakken, pannen, drogen was niet meer.

Alleen de maat van de getijden bleef MAAR de kademuur stond open. Laagtij of hoogtij, niets zette de bewoners aan om met klei en hout bij hoogtij de kademuur te dichten. De zorg om de klei, de pannen en stenen verdween en daarmee de zorg om elkaar. Nooit stond de bewoner erbij stil dat klei, pannen en bakstenen een voorwendsel waren om elkaar te beschermen.

De maan blijft ook al verdwijnt de fabriekseigenaar. De arbeidsters wonen aan de Rupelboorden ook zonder vuur in de klampoven. Het water stond aan de lippen. Niemand maalde daarom. De Rupelbewoner was niet de moeite van een dijk waard.

Tot de bewoners zich samen met ALR organiseerden. Want de Rupelbewoner is ook zonder fabriekseigenaar belangrijk. Niemand moet water in het huis. De tijd van de paalwoningen en Neanderthaler was toen allang voorbij. Met een plan van Hugo Lejon en een organisatie van Eddy Stuer bouwden bewoners ter hoogte van de Tuyaertstraat een eerste stuk dijk. ‘De dijk der schande’ kopte de krant vrijdag en ‘s anderdaags stond het kabinet van de minister aan Eddys’ deur: ‘Meneer Stuer wat is uw plan van de dijk? Want de minister werkt de dijk af.

Zo komt het dat bewoners de dijken aan de Rupelboorden zelf bouwden. De dijk waaraan u woont, waarover u fietst en wandelt. Want ook zonder fabrieken zijn mensen de moeite waard.